Saving Nubia

Het Unesco project om historische monumenten te redden van het onvermijdelijke en voor eeuwig onder het water te verdwijnen;

Diverse landen hebben hun aandeel geleverd, o.a. Nederland heeft samen met Engeland en Belgie een tempel in Soedan gered, hieronder wordt dat verder uitgelegd. Ongelooflijk hoe sommige tempels zijn gered. Het eiland Philae is gewoon omgeven door een dam, waarna ze het water hebben weggepompt. Zo konden ze de tempelcomplexen, die altijd gedeeltelijk onder water liepen, van slik ontdoen, waarna alles in stukken is gezaagd en overgebracht naar een andere plek.
Door de tijdsdruk van het ondertussen stijgende water moesten de werkmensen op de meeste sites in eerste instantie gewoon aan de slag voordat er woonruimte of andere faciliteiten voor hen waren gemaakt.
(De kwaliteit van de foto's is niet optimaal, ik heb ze vanaf de (oude en flink bekraste) film moeten maken.....)

Abu Simbel was een giga operatie, er moest een hoge stalen pallisade worden gebouwd om het stijgende water tegen te houden. Daarna hebben ze eerst de beelden compleet met zand bedekt om te voorkomen dat ze beschadigd werden, vooral ook de 24 heilige baboons, die boven de beelden uitgehouwen zijn.
Binnen is 240 ton staal gebruikt om de tempel te stutten, de balken werden bedekt met plastic materiaal en foam om de beeltenissen niet te beschadigen. Alle stukken werden genummerd, daarna moest de rots die de achtergrond van de tempel vormde in blokken worden gezaagd. Dit was een soort van simpele repetitie, hier mochten ze nog grote inkervingen maken. Alle blokken werden stuk voor stuk losgemaakt. Boren werden alleen buiten de tempel gebruikt. Alles moest zorgvuldig in de gaten gehouden worden.
Daarna werd handmatig gezaagd omdat de beeltenissen zo kwetsbaar waren dat het niet anders kon. 1047 stukken blok van de beelden, 7700 van de omgevende heuvel. De blokken wogen 20 tot 30 ton per stuk. In alle blokken werden gaten geboord waarin stalen buizen werden geankerd zodat de blokken veilig konden worden getransporteerd.
Alle blokken waren nauwkeurig genummerd zodat alles weer keurig teruggebouwd kon worden. De hoofden waren het grootste probleem, die wilden ze niet in stukken zagen. Dus werd eerst alle zaagvlakken met een plastic laag bedekt en daarna werd het gelaat heel voorzichtig van de rest van het hoofd gescheiden. Het was precisiewerk want een verkeerde beweging en de kans op verplulvering was groot.

Uiteindelijk is het gelukt om Rames gezicht veilig te amputeren, uiteraard waren er fotografen alom om dat historische gebeuren vast te leggen. Speciale opslagruimten waren ondertussen gemaakt voor de gezichten, gelegen bij de nieuwe standplaats. Duizenden werkers waar daar gehuisvest en zelfs is er een zwembad voor hen aangelegd.
De Nijl rees op dat moment boven de originele tempel uit. Daarna begon de operatie andersom, de 20 meter hoge beelden en de omgeving werden weer gereconstrueerd op het nieuwe plateau.

Het laaste werkje op de oude plek waren de voeten, die werden alsnog gered voor het water ze bedekte. De reconstructie was dermate precies uitgerekend dat het licht wederom op dezelfde wijze in de tempel zou schijnen, zodat twee maal per jaar het binnenste van de tempel verlicht wordt, eenmaal in februari en eenmaal in oktober. Vroeger was het de 21e, nu, op de nieuwe plek op de 22e.

Het was nog een hele klus om alles precies hetzelfde terug te bouwen, ook de achtergrond, de heuvel van 12.000 m2 in omtrek. Ook de rots waar de beelden oorspronkelijk in uitgehouwen zijn, moest weer exact hetzelfde er uit gaan zien. Daarvoor werd eerst een stalen koepel 60 meter hoog, boven de tempels gebouwd om deze te beschermen. Hiervoor werden eerst segmenten van 2,3 meter aan de basis en 1,8 aan de top gemaakt. Er werd 10.000 m2 beton gebruikt, de top van de koepel is 10 meter dik, gemaakt om 20 ton steen per m2 te dragen. Boven de tempel is de massa van de rotsblokken ongeveer 350.000 m3.
De koepel van de kleinere tempel is gemaakt van 3000 m3 beton en 25 meter hoog. Daarna moesten nog de 7.700 blokken die tussen de 2 tempels hoorden worden terug opgebouwd.


Na 1960 zijn heel Nubië, Egypte en Soedan een bijenkorf van activiteiten geweest om historische tempels te redden. In Kalabsha heeft Duitsland de Ptolome tempel bestaande uit massieve blokken zandsteen met aan een kant decoratie ontmanteld. Hier is de beeltenis te zien van de jonge Ramses, wat herkenbaar is door de wijsvinger die naar de mond wordt gebracht, de haarlok van jongeren en de zichtbaarheid van het geslachtsdeel. Die reliefs werden stuk voor stuk ingepakt in dik piepschuim. De blokken werden op platbodems 60 km verder noordwaarts gebracht. De reconstructie is vlakbij de nieuwe dam gemaakt.
Op deze plek is ook de tempel van Beit al-Wali en de kiosk van Quertassi, allemaal in dezelfde (oorspronkelijke) positie teruggebouwd.

De Tempel van Wadi Es-Seboua op oorspronkelijke site

De redding van Amada was een groter probleem, deze tempel tijdens de 18e dynastie gebouwd uit kleine blokken zandsteen, is fameus om de prachtige inkervingen en beschilderingen. Deze tempel werd in zijn geheel als een blok vervoerd. Frankrijk heeft deze klus geklaard. De tempel werd op de hoeken en het dak beschermd door beton en daarna van binnen en buiten verstevigd/ingepakt door een staalconstructie die alles bij elkaar moest houden. Eronder werden betonnen platen aangebracht, zoals ook aan de zijkanten en de binnenkant. Daarna werd het van zijn basis met de hand losgebijteld en het hele 'pakket' werd vervoerd op rails. Het heeft 6 maanden geduurd om 6 kilometer woestijn te overbruggen met dit 'pakketje'. Dit was waar door gebrek aan materialen, er waren 3 sporen onder de nu verrijdbare tempel, de stukken rails en bielzen waar ze al over hadden gereden, weer werden afgebroken om aan de voorkant te leggen. Nu ligt de tempel van Amada naast de tempel van Al-Derr en de tombe van Penut.

 
Ingepakte tempel
Spoorlijn door de woestijn

Ondertussen verplaatst de autoriteit van antiqiteiten van Egypte een hele serie monumenten, weg van het gevaar van het stijgende water. Na Abu Simbel is de meest spectaculaire die van Ramses II in "Wadi Es-Seboua".
Voor de tempel stond een lange laan van gekroonde sfinxen daarna kwam je in de hallen.
Hier had men weer andere problemen Vanwege de aanwezigheid van muurtekeningen die naar een Yoegoslavisch museum zouden gaan. Ondertussen is het ontmantelen, in blokken opdelen van tempels en het veilig transporteren een kunst geworden. De stukken werden opgeslagen tot ze konden getransporteerd naar de nieuwe site, waar de tempels van Maharakka en Adaka al terug waren opgebouwd. De ervaring van Abu Simbel kwam hier dus goed van pas.

Sphinx met mensengezicht van Wadi Es-Seboua

Gerf Hussein was weer een andere zaak. Deze tempel was uitgegraven in een zandstenen klif en kwam als de Nijl steeg in de zomer altijd al gedeeltelijk onder water. Alle kennis, inmiddels opgedaan in Abu Simbel werd gebruikt om de meest belangrijke relieffen te redden. Voor de rest is veel van deze tempel gered en naar Amada, bij de andere gereconstrueerde monumenten uit de tijd van Ramses II gebracht.

De diverse sites waarvandaan monumenten zijn gered

In Soedan hebben Nederland, Engeland en Belgie de tempels van Buhen, Semna Oost en Semna West ontmanteld en gered. Deze uit de middentijd van het faraokoninkrijk stammende schatten zijn weer aan het water opgebouwd om de Nijl te symboliseren. Ze staan nu in het museum van Karthoem. In het regenseizoen zijn ze beschermd door een verwijderbare koepel, waardoor ze voor het publiek het hele jaar toegankelijk zijn.

Vijftig landen hebben meegedaan aan de oproep van Unesco, waarvan 20 archeologische expedities hebben georganiseerd en effectief schatten hebben ontmanteld en heropgebouwd. Archeologen uit de hele wereld hebben zij aan zij gewerkt om schatten uit het verleden een nieuwe plek te geven en te bewaren voor komende generaties.
Door alle werkzaamheden zijn er ook nog allerlei andere ontdekkingen gedaan aan de Soedanese kant van Nubië, tot dan nog nauwelijks onderzocht door archelogen. Onder andere het fort van Meghisa en Buhen, gemaakt van bakstenen, waardoor men inzicht kreeg in de militaire architectuur van de oude Egyptenaren. De vondsten uit diverse perioden worden geëxposeerd in de musea van Cairo en Karthoem. Door deze kunstschatten is duidelijk geworden dat de Egyptische bevolking ver en wijdverspreid was en zij tot diep in Afrika waren doorgedrongen.

Opgravingen in de Soedanese kant van Nubie

In Faras zijn door de Poolse archeologen prachtige muurschilderingen gevonden die twee madonna's met kinderen uitbeelden die elk een Nubische prinses beschermen. Soedan heeft uit dankbaarheid de helft van deze muurschilderingen aan Polen geschonken.

De Egyptische autoriteiten hebben hun dank ook omgezet in giften aan de landen die hen geholpen hebben. Amerika was in staat om de kleine tempel van Dendur te herbouwen, orgineel gelegen ten zuiden van de tempel van Kalabsha, in het Metropololian Museum.

Dendur nu in New York

In 's Leiden is de noordelijke kapel van Taffeh te bezichtigen, die 50 km ten zuiden van Aswan stond.

Noordelijke kapel van Taffeh

In Madrid staat de tempel van Debod, ver weg van de Nubische hemel. Maar het heeft zijn architectonische pracht teruggekregen, want het was ooit door een aardbeving verwoest in 1868.

Tempel van Debod

De redding van Nubia was nog niet ten einde, er was nog iets heel bijzonders dat eigenlijk bewaard moest worden, Phillae. Ieder jaar verdween de tempel in de zomer door het wassende water om in de droge periode weer zichtbaar te worden. Nu de nieuwe dam, de Aswandam, dit fenomeen heeft gestopt zou het monument voor altijd onder water verdwijnen.

Op het eiland van Philae waren bijzondere archtictonische stijlen te vinden. De oudste is te zien in het beeld van Neptanebo, de Farao die regeere in het midden van de 4e eeuw v Ch. Maar er is ook een tabernakel te vinden die teruggaat naar de 7e eeuw voor Chr.. De laatste vondst is een prachtige kiosk van de latere Griekse heerser Tradion.
De tempel van Isis daarentegen was gebouwd in de periode van de Ptolomeus, en uitgebreid door de Romeinse keizers na hun tijdens hun heerschappij.
Op het basrelief van deze tempel zijn diverse afbeeldingen te vinden van de godin Isis, godin van vruchtbaarheid en van de God Osiris de koning van de aarde.
Tot zelfs in de 6e eeuw na Chr. bleef het eiland een belangrijk centrum voor de cultus van Isis. Deze monumenten moesten gered worden uit hun watergraf. Diverse reddingsmogelijkheden werden ontworpen tot men besloot om het hele eiland een dam te leggen van twee lagen staal met daartussen zand waarna de men het binnengedeelte leeg kon pompen, schoon te maken en te verplaatsen naar het eilandje Agilika, een nabijgelegen eiland. Dit startte in juni 1972. De hele operatie duurde 2 jaar. De aanvoer van zand was een gigaklus, duizenden tonnen moesten van 5 km. verder worden aangevoerd en gemengd met water in de dam worden opgespoten.

Plan dam om Philae
Dam gereed
Uitpompen en daarna slib weghalen

In april 1974 was de dam klaar en kon men het water weg gaan pompen, dit duurde een aantal maanden. Op de nieuwe standplaats van de monumenten werd de grond vlak gemaakt, andere delen verbreed om een exacte copie te maken van het eiland. Tegen het einde van 1974 was het eiland Philea helemaal drooggelegd. Toen werd het eiland en de monumenten ontdaan van het slib dat sinds de overstromingen begonnen zich had afgezet. Maanden was men bezig en nog steeds was er een laag van 4 meter slib op sommige plaatsen. Om de tempels niet te beschadigen werd het laatste deel van de schoonmaak met de hand gedaan, met plamuurmessen.

 
het handmatig schoonmaken
Philae zoals het er nu uitziet


Er zijn op de muren inscripties in een taal gevonden die nog steeds bestudeerd wordt. De hele reddingsoperatie van het eiland heeft 15 miljoen dollar gekost. Inmiddels is het hele eiland herrezen, de tempels zijn weer, zoals ooit, te bekijken in al hun oorspronkelijke schoonheid op een eiland, omgeven door palmbomen.

Het eiland Philea ga ik naar alle waarschijnlijkheid zien als we na de dahabya-cruise in Aswan zijn. Daar is ook Elefantine in de buurt en uiteraard ga ik dan een excursie naar de Dam maken om kennis te nemen van alle historische feiten.
Op de terugweg heb ik wel over de dam gereden en Philae van afstand gezien, maar gezien de lange trip naar Hurghada hebben we dat deze keer maar niet bezocht. We hadden al genoeg om te verwerken ;-).