Luxor dag 1

Eindelijk was het dan zover, de trip naar Luxor, samen met Patricia ging van start. Lekker relaxed met een eigen auto reden we rond 11 uur Hurghada uit. Eerst hadden we nog boodschapjes gedaan voor Patricia in Luxor, voor het gemak Patries genoemd, verse kruiden bij de groentenman en de gevraagde kringelbamboo's + een cadeautje van ons, een kerstster, bij de plantenman, beiden in Sherrystreet. Daarna naar de Senseomall voor wat schuursponsjes en een goede blikopener (die zijn al een tijdje blijkbaar niet te verkrijgen in Luxor) en wat lekkere dingetjes voor de keuken. Sinds we Metro, de grote Abu Ashra's en zeker Spinneys hebben, zijn wij hier in Hurghada best wel verwend vergeleken met Luxor. Daar is het nog steeds zoals hier een jaar of 5 geleden. Omdat zij zo graag wat groen wilde hebben en vooral kruiden heb ik in mijn tuin wat rondgekeken en een ook collectie planten, alsmede een variatie aan zaaisels van keukenkruiden voor haar meegenomen.

Aldus gingen wij door het checkpoint in Safaga, terwijl we er zojuist achter waren gekomen dat de papieren van de auto nog in Hurghada waren. Maar malesh, als dat ooit ter sprake kwam of moeilijkheden zou opleveren dan was het alsnog tijd om ons daar zorgen over te maken. De woestijn was natuurlijk weer van een grandioze allure, het blijft fascineren, die omhooggestuwde lavabrokken, de verscheidenheid aan kleuren, je voelt je er als mens nietig bij. Wat een natuurgeweld moet dat destijds geweest zijn toen die aardplaten over elkaar schuurden. Ook zaten we nog te filosoferen dat er mogelijk van alles onder het zand begraven kan liggen. Wie weet zijn er in de loop der tijden bewoners geweest, misschien zelfs uit de tijd van de farao's. Misschien worden er ooit nog wel opgravingen gedaan, alhoewel het leven aan de kust natuurlijk minder gemakkelijk zal zijn geweest dan aan de Nijl. Toch zie je her en der groen in de woestijn, zelfs een enkele verdwaalde boom, er zijn ondergrondse waterlopen, alsmede waterbronnen die van oudsher door de bedoeinen in gebruik zijn. Vragen, altijd weer vragen. Zelfs is bewezen dat er hier in andere tijden een klimaat heerste van een tropisch regenwoud. Er is op diverse plaatsen versteend hout gevonden wat daar op wijst.

Na een rustpauze in de nieuwe pleisterplaats waar we even de benen gestrekt hebben gingen we richting Qena, een dorp waar vroeger voor het convooi het dorp uitliep om je toe te zwaaien. Daar liggen boomstammen aan de weg die ik nog altijd eens op wil zien te halen met een vrachtauto. Prachtig haardhout......
Sinds enige tijd is langs de weg van Qena tot Luxor groen aangeplant. De bouga's bloeiden er lustig op los, maar ook de andere bomen/struiken. Vergeleken met mijn eerste trip naar Luxor in 1997 is dat eigenlijk de grootste verandering, naast het feit dat de keren daarna alle verkeer werd stilgelegd als het convooi er aan kwam. Toen lagen er ook sluipschutters op daken langs de route. Dit was het gevolg van de aanslag in Luxor in 1997, enige maanden nadat ik daar was geweest. Nu rij je dus gewoon met je eigen auto die route, wel zo prettig. Voorheen moest je vroeg opstaan, het convooi vertrok om 6 uur vanaf Safaga als ik me niet vergis.

Dan na de woestijn weer de groene wijdsheid van de Delta. De kleibriketten huisjes, de nederzettingen alsof je teruggeworpen wordt in de tijd met de ezelskarren, de ossen, hoe vaak je het ook meemaakt, het blijft apart. Veel van de groenten en andere gewassen die wij in Hurghada kunnen kopen komen uit die streek, maar gek genoeg zijn veel dingen in Luxor zelf niet te krijgen hoorden we later van Patricia. Inmiddels hebben wij zelfs echte dikke stronkjes witlof, brocolli en spruiten zijn allang geen bijzonderheid meer, terwijl ik me nog herinner dat de eerste keer dat ik die zag bij de groentenboer ik ook verbaasd was. Nou had ik ze natuurlijk wel zelf gekweekt, dus ik wist dat het kon hier.

In Luxor reden we eigenlijk feilloos naar de Corniche, langs het Luxor museum en naar het hotel. Ik had wederom in het Sonesta gereserveerd via Ahmed, mijn oude buurman die inmiddels bij GAT-tours werkt. Wat wel vervelend is dat je in Luxor moeilijk kunt parkeren en het hotel heeft ook geen parkeerplaats. Maar er werd voor ons uiteindelijk een parkeerplek gemaakt, tegenover het hotel waardoor de auto ook enige bewaking zou hebben. Er stonden op dat moment nog wat motoren, maar die werden een stukje verder geplaatst zodat er ruimte kwam voor een auto. Op de kamer aangekomen was ik niet helemaal verrukt. Zeker, het waren mooie kamers, ruim enz. enz., alleen aan de verkeerde kant van het hotel. Een stuk van het hotel af stond een waterplant waar onophoudelijk machines dreunden. In de kamer zelf hoorde je er niet zo veel van, maar op het balkon zitten was uit den boze. Hier had ik dus geen zin in en heb mijn beklag gedaan bij de receptie. Als je voor 1 nachtje zo'n kamer heb ok, maar voor 4 nachten wilde ik toch echt een kamer waar ik op het balkon kon zitten. Na wat getelefoneer hebben we uiteindelijk de volgende dag inderdaad een andere kamer gekregen aan de andere kant van het hotel, waar je ook uitzicht hebt op de Nijl, wat ik van de vorige keer ook gewend was.

Kort na aankomst hadden we de afspraak met Patries bij JJ's, een leuk eetcafe in Karnak, waar we weer allerhartelijkst werden begroet. Daar lekker gegeten, bijgekletst, genoten van de life muziek van Allan die vroeger bij diverse bands heeft gespeeld en met een taxi terug naar het hotel. Redelijk goed geslapen, uiteindelijk met Ohropax omdat ik het gezoem van de motoren bleef horen en ontbeten, jawel tijdens vakanties ontbijt ik nogal eens.


Die ochtend hadden we het Luxor museum op het programma staan, zowel Patricia als ik waren daar nog nooit geweest. Eerst dronken we een kopje koffie en kregen we wat uitleg, met alle doorgaande ontdekkingen en opgravingen waren er weer nieuwe stukken aan de collectie toegevoegd. Eerst bekeken we de film van over de meest strijdlustige farao's (Ramses II, III, Seti I en Thoetmoses III) en de nieuwste vondst van een collectie beelden, die tijdens graafwerkzaamheden bij de tempel van Luxor tevoorschijn kwamen. De film wordt getoond in een zaaltje in een apart deel van het complex, waar ook een redelijk goed voorziene boekwinkel is (zelfs Nederlandstalige boekwerken!).
Daarna liepen we naar het echte museum. Hier kun je echt een dag of zelfs meerdere dagen ronddwalen. Een bijzondere collectie van beelden en gebruiksvoorwerpen van tombes en tempels uit Luxor en Karnak en de vallei van de Koningen. Ook zijn er diverse mooie stukken uit Amarna, waar de heidense Farao Akhanaten (de vader van Tutankhamun) zijn koninkrijk had.

De stad heeft vele namen gekend; in de faraotijd Waset genaamd, in de grieks-romeinse tijd Thebes (van het oude Egyptische woord Ta Ipet wat het heiligdom betekent) en tegenwoordig vanuit het Arabische Kusur (paleizen) dan inmiddels de alombekende naam Luxor. Hier is 1/3 van alle antiquiteiten van de hele wereld te vinden!!!!!!!!

 
Achnaton, de kettergod
Horemheb, een krijgsheer die farao werd (de laatste van de 18e dynastie), biedt kruiken met vloeistoffen aan aan de god Atoem

Het museum is in 1976 geopend en in uitgebreid waardoor de twee koninklijke mummies die het museum bezit een mooie ‘rustplaats’ hebben gekregen. De ene mummie is die van Ahmose I, de eerste koning van de 18e dynastie, de ander is de uit Amerika teruggekeerde mummie van Ramses I, de stichter van de 19e dynastie en vader van Seti I. Men is niet voor 100 % zeker of dit inderdaad wel de mummie van Ramses I is.

Een van de mummies

Veel mummies zijn na ontdekking in grote getale geroofd, ze werden gebruikt op 'mummieparties' waar men in Engeland o.a. een mummie ging uitpakken als vermaak. Ook zijn er honderden mummies opgestookt om treinen te laten rijden. Toen had men nog geen idee wat de waarde feitelijk was van deze vondsten. Langzamerhand komen er steeds meer stukken terug naar het land van oorsprong, ook al staat er over de hele wereld genoeg geroofd erfgoed. De eerste Egyptologen waren voornamelijk op zoek naar goud en andere kostbaarheden, men deinsde er niet voor terug om de tombes met dynamiet op te blazen en daarmee veel te vernietigen. Inmiddels is men meer geïnteresseerd in de gebruiksvoorwerpen en hoe men leefde in die tijd, gelukkig maar, want daardoor wordt meer en meer ontrafeld.

We mogen echt blij zijn dat het nodige niet is gevonden tot voor kort, alles wat nu opgegraven wordt, wordt goed gedocumenteerd, zoals Carter feitelijk als eerste is begonnen met het graf van Thutanchamun.
Het is een aan te raden bezoek, dit museum in Luxor, dit was mijn eerste, maar zeker niet de laatste keer, er staat zoveel dat het voor 1 keer eigenlijk te veel is.
Prachtige beelden met voldoende ruimte om ze tot hun recht te laten komen van diverse farao's zoals; Kamose, Ahmose, Amenhotep I, Hatshepsut, Thutmosis II, Amenhotep II en Amenhotep III. Diverse prachtstukken uit de tombe van Tutankhamun, heel bijzonder.Aan het einde zijn er ook nog Koptische kunststukken te bewonderen. Het museum is ruim ingericht met overal goede beschrijving, een stuk overzichtelijker dan het museum in Cairo.

 
Amenhotep (graniet)
Amenhotep III met Sobek (de krokodillengod)

De kwaliteit van de beelden is schitterend te noemen, sommige beelden missen wel stukken, maar desondanks een collectie waar de grootsheid van de verschillende faraotijden je tegemoet komt. Al die details in de beelden, de nagelriempjes, haren, oorlellen, wenkbrauwharen enz. enz., je vraagt je bij sommige beelden echt af hoe lang ze daar mee bezig moeten zijn geweest, en zelfs hoe ze het gedaan hebben, want de steensoorten zijn niet bepaald zacht te noemen. Magnifieke kunstwerken.

 
Detail van de voeten van Thutmosis
Detail van Amenhotep III in kwartsiet

Er zijn ook diverse vitrines met allerlei gebruiksvoorwerpen uit graftombes, de wielen van de strijdwagens uit het graf van Thutankhamun, pijlen en bogen, hoofdstellen van de paarden. Dolken, messen, slippers, kledingstukken, vaatwerk, kastjes, linnengoed, sierraden, complete (en hele) dodenmaskers en beschilderde grafkisten (zo gaaf alsof het nep is), teveel om op te noemen, mooi belicht, op temparatuur gehouden voor zo goed mogelijke conservering en ja, die mummies. Bizar dat je lichamen kunt bekijken die duizenden jaren oud zijn, waarbij alles wat niet bedekt is in detail zichtbaar is. Nagels, oren, enz., heel apart.

 
Soldaten uit het graf van Thutankhamun (Toetanchamon)

Stuk van de muren van Gem Pa Aten/Amarna (residentie van Aton de kettergod)

In een aparte zaal (rechts van de ingang) is een collectie van nog meer mooie beelden, waaronder eentje van een roze steensoort, kwartsiet, de hardste die er te vinden is, schijnt. In dit beeld zie je gewoon de spieren lopen, de knieen, kuiten, alles in detail uitgebeiteld, hoe ze dit voor elkaar kregen met de middelen van destijds is nu nog steeds de vraag. Dit zijn de beelden die ze nog maar pas teruggevonden hebben.


Het klapstuk van deze tentoonstelling Amenhotep III in kwartsiet in volle lengte

Na dit urenlange bewonderen van de tentoongestelde kunststukken zijn we naar de corniche gelopen waar we onder het genot van een drankje en hapje de zonsondergang hebben ondergaan. Het blijft een mooi gezicht, de Nijl, de heuvel- en bergtoppen van de Vallei van de Koningen en Koninginnen op de Westoever die langzaam van kleur veranderen, waarna diverse pinkellichtjes op verschillende hoogten verschijnen, als dan het duister het van de zon gewonnen heeft.

Afscheid genomen van Patries, een fles water gekocht (uiteraard na enige woordenwisseling met de winkelier die uiteindelijk begreep dat wij geen domme toeristen waren) terug naar het hotel, wat opgefrist, omgekleed en voor het diner naar La Mama gegaan, 'het' beste Italiaanse restaurant in Luxor, gelegen in de tuin van het Sheraton hotel. Het is een met zeilen (voor de wind en kou) min of meer open restaurant, duur en om eerlijk te zijn, als dat het beste restaurant is in Luxor (of een van de betere) dan zijn wij hier in Hurghada erg verwend. De wijn die we wilden drinken en op de wijnkaart stond was er niet, een glas Omar Khayam kost er 45 pond, wat ik hier nog niet voor een hele fles betaal. Op het menu prijkte mozarella di buffelo, wat volgens de ober ook echte zou zijn, maar toen wij een stukje te proeven kregen de gewone pizza-mozarella bleek te zijn. Nee niet een restaurant om aan te prijzen. Het kan natuurlijk zijn dat de chef-kok er niet was of er inmiddels een andere kok werkt, maar toch.

Na wat strubbelingen met taxichauffeurs die dachten rijk te kunnen worden aan een stel toeristen (taxi's zijn vergeleken met Hurghada ongeveer 2 x zo duur maar zij wilden echt de hoofdprijs) in het hotel op het balkon genoten van de Nijl, de geluiden van het stadsverkeer en een glas wijn. Inmiddels hadden we de andere kamers en een heerlijk tweepersoonsbed nodigde uit voor een goede nachtrust.

De eerste dag zat erop, de volgende dag zouden we naar de Westbank gaan voor een bezoek aan het pas geopende Carterhouse.

Luxor, 16 december 2009